Stylos Column | Thijs Reitsma

Stedelijke onvrijheid

Vrijdag de 13e, maart 2020: de dag waarop Nederland, voor het eerst sinds 75 jaar, een groot deel van haar vrijheid op moest geven. De Nederlandse premier Mark Rutte kondigde tijdens de persconferentie op de avond ervoor namelijk aan dat evenementen boven de honderd man verboden waren, hogescholen en universiteiten hun onderwijs zoveel mogelijk digitaal moesten voortzetten en iedereen zoveel mogelijk thuis moest werken. Op 23 maart zijn deze maatregelen uitgebreid naar het verbieden van iedere samenkomst boven de twee personen en sluiten van alle horecagelegenheden en werd daarnaast de inmiddels gevestigde anderhalvemetersamenleving ingevoerd.

Koning Willem-Alexander vergeleek deze nieuwe periode van onvrijheid in zijn toespraak tijdens de dodenherdenking op 4 mei met de oorlog. Hij stelde hierbij wel dat het opofferen van deze vrijheid in de oorlog geen keuze was die zelf gemaakt kon worden, maar één die voor ons werd gemaakt. Nu doen we dat wel zelf, in het belang van leven en gezondheid. Alleen heeft niet iedereen dat door.

Gebonden aan eigen huis, groeide bij vele Nederlanders de behoefte om naar buiten te gaan en te sporten, zeker met het mooie weer dat lange tijd heerste. Op Marktplaats werden racefietsen, skeelers en hardloopspullen binnen een dag verkocht en overal in Nederland ontdekte men nieuwe of juist oude hobby’s. De stad werd bij mooi weer steeds vaker ingeruild voor het land en de onvrijheid voor het tijdelijke gevoel van vrijheid. Althans, door mensen die het zich konden permitteren.

In de grote binnensteden ontstond hier namelijk een probleem. Inwoners zonder eigen buitenruimte zochten deze ruimte in het openbaar op. Deze stedelijke buitenruimte was echter vaak niet groot genoeg om deze grote hoeveelheid binnenstedelijke vrijheidszoekers te huishouden. Het resultaat hiervan bestond dan ook uit overvolle stranden, parken, fiets- en wandelpaden en ieder andere stukje openbare ruimte dat zich leende voor dit doel. Aan de anderhalve meter regel kon dan ook lastig worden gehouden.

Er was voor deze doelgroep echter ook niet altijd een andere keuze. Openbaar vervoer was immers afgesloten en het gebruik van een auto was niet voor iedereen beschikbaar. Mensen in een stedelijke omgeving werden dus beperkt tot het gebruik van openbare ruimte die lopend of te fiets bereikbaar was. En omdat de verhouding tussen huishoudens en openbare ruimte in een grote stad nou eenmaal niet ontworpen is op dit scenario, ontstond vrij snel een te grote vraag naar openbare recreatieruimte met een blijvend tekort aan het aanbod daarvan.

Als oplossing voor deze overmatige drukte op openbare recreatieplekken, besloten veel steden openbare ruimtes zoveel mogelijk af te sluiten om de instroom te kunnen beperken. Hoewel dit op zich een logische optie is om de drukte in een park of op een strand te beperken, zorgt dit er tegelijkertijd voor dat de mensen aan wie geen toegang kan worden verleend simpelweg geen kant op kunnen. Bij gebrek aan eigen buitenruimte, gesloten nabije openbare recreatieruimte en afwezig openbaar vervoer zijn zij namelijk wederom toegewezen op hun eigen binnenruimte.

Parallel aan dit probleem ontstaat zo een nieuw probleem. Hoewel de maatregelen namelijk allemaal zijn ingesteld om de Nederlanders te beschermen tegen het virus en daarmee hun eigen fysieke gezondheid en die van anderen op peil te houden, wordt het met deze zelfde maatregelen voor bepaalde doelgroepen dus een stuk lastiger om ook de mentale gezondheid goed te kunnen onderhouden. En hoeveel is het inmiddels sterk verlaagde risico op besmetting met het virus waard als daar het inleveren van een groot deel van de vrijheid tegenover staat?

Op het gebied van vrijheid en bewegingsruimte valt er dus nog een hoop te winnen in de grote binnensteden, met name door het gebrek aan openbaar groen. Het toevoegen van groen in steden heeft overigens niet alleen positief effect op de mentale en fysieke gezondheid van haar inwoners, maar daarnaast ook op de gezondheid van de stad zelf. Met het verhogen van de hoeveelheid groen wordt de stad overdag namelijk koeler, de luchtkwaliteit beter en de biodiversiteit hoger. Een win-win situatie dus!

De oplossing voor de gevoelsmatige onvrijheid ligt wat mij betreft dan ook in de steden zelf! Voeg meer openbare ruimte toe in de stad en vervang zo mogelijk binnenstedelijk verkeer voor openbare groenstroken. Hiermee verhoog je namelijk niet alleen de woonkwaliteit, maar ook de leefkwaliteit. En dat heeft deze periode des te meer bewezen!

Thijs Reitsma - 14 juni 2020