Stylos Column | Sem van den Eijnde

Vieze wonden helen niet

Bijna vier jaar geleden trok ik naar Delft voor mijn studie. Mijn eerste kamertje lag aan de Westlandseweg, vlakbij de spoorzone. Ik fietste iedere dag langs een grote open vlakte, en vroeg me af wat hier allemaal ging verrijzen. De toen net gerealiseerde Coendersbuurt en het gebruik van veel halfverharding duidde op een duurzame toevoeging aan de stad. Inmiddels ben ik verhuisd naar het centrum en verrijst er op wat toen nog een groot gapend gat in de stad was, een nieuw stadscentrum. De wond, die Nieuw Delft nu nog is, groeit langzaam dicht en vormt hopelijk straks weer een egaal geheel met de stad.

Nieuw Delft wordt een gevarieerde leefomgeving met een stadspark en afwisselende architectuur. Gebouwen als The Student Hotel, het Antoni en het Huis van Delft geven de stad een nieuwe entree. De hoofdthema’s die dit plan vormen zijn duurzaamheid, mobiliteit en het veranderende klimaat. “Dit laat zich zien in slimme ontwerpen en oplossingen in de openbare ruimte en gebouwen”, aldus de website van Nieuw Delft. In het stedenbouwkundig plan is ervoor gekozen om niet tot in detail vast te leggen hoe het gebied wordt ingevuld. Het geeft ruimte om te spelen met de ‘veranderende omstandigheden’.

Door de gemeente, architecten en projectontwikkelaars wordt een utopisch beeld geschetst van het nieuwe, duurzame en hippe Delft. Ik vraag me inmiddels wel af of we de mooie toegangspoort die ons beloofd werd ook daadwerkelijk gaan krijgen. Daarom leek het mij interessant om iets beter naar dit project te kijken en hoe de verschillende uitgangspunten van deze ontwikkeling terugkomen in het ontwerp.

Het stedenbouwkundig plan van Nieuw Delft is opgebouwd uit blokken met een verschillende schaal. De blokken bij de Westlandseweg en het station worden benadrukt en vormen een nieuwe monumentale toegangspoort tot de stad. Inmiddels is het Student Hotel bijna afgerond en begint ook Antoni vorm te krijgen. Wat bij Antoni met name opvalt zijn de schuine hoeken die voortkomen uit het stedenbouwkundig ontwerp. Deze hoeken lijden tot het verlies van bruikbare ruimte. Daarnaast heeft dit gebouw te maken met een oplopend maaiveld door de tunnelbak van de trein, dit dwong de architecten vrijwel direct tot het gebruik van een zware betonen constructie. Ik vraag mij erg af hoe ‘duurzaam’ dit stedenbouwkundig plan is als het lijdt tot ruimte verlies en verzwaarde constructies. Dit zijn aspecten waar een stedenbouwkundige bewust mee moet omgaan, omdat het nadelige gevolgen kan hebben voor het ontwerp.

In het stedenbouwkundig plan is er daarnaast bewust voor gekozen om niet alles in detail vast te leggen, dit komt duidelijk naar voren in de architectuur van het gebied. In de gevels is dit met name duidelijk terug te zien. Op de betonnen constructies zijn meerdere soorten baksteen geplakt. Hierdoor is zeer slecht af te lezen wat nu één gebouw is, en hoe de gebouwen van elkaar verschillen. Wat mij betreft zitten al deze woonblokken nu al in een identiteitscrisis en probeert het ene blok het andere blok af te troeven in lelijkheid door zoveel mogelijk verschillende bakstenen te gebruiken. Toch jammer dat de stedenbouwkundige niet strenger is geweest dit had veel lelijkheid kunnen voorkomen.

Dit brengt mij bij de architecten die verantwoordelijk zijn voor deze lelijkheid. Allereerst wordt er gezegd dat duurzaamheid het belangrijkste thema is binnen de ontwikkeling van Nieuw Delft. Duurzaamheid kan op veel verschillende manieren worden toegepast en een architect zou moeten streven om dit zo integraal mogelijk toe te passen in een ontwerp. Energetisch zullen deze gebouwen waarschijnlijk prima in elkaar zitten en voldoen aan alle gestelde eisen. Deze gebouwen slaan volgens mij echter de plank volledig mis als het gaat om materiaalgebruik en levensduur. Circulariteit speelt nauwelijks een rol binnen de ontwikkeling. In een project dat zichzelf aanprijst als duurzaam en toekomstgericht kan dit eigenlijke echt niet meer. Het is pijnlijk om te zien dat in een tijd waarin er zoveel vernieuwingen plaatsvinden dit stadsdeel volledig volgens de traditionele bouwmethodes wordt gerealiseerd.

Iets wat mij dus grote zorgen baart is de levensduur van deze gebouwen. De betonnen constructies zijn namelijk enkel en alleen met hun huidige doel uit de grond gestampt, hierdoor ontbreekt iedere vorm van flexibiliteit. Ik ben dan ook van mening dat er in Nieuw Delft niet toekomstgericht wordt gebouwd. Er zou beter nagedacht moeten worden over hoe deze constructies in de verre toekomst flexibel ingezet zouden kunnen worden. Het gebruik van zware materialen, zoals beton, brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Als architect moet je ervoor kunnen zorgen dat deze constructies functioneel kunnen blijven voor een langere periode dan de beoogde levensduur van het gebouw. Ik vrees dat er binnen 50 jaar alweer gebouwen gesloopt gaan worden, omdat zij niet meer voldoen aan de gestelde eisen en de constructies niet flexibel genoeg zijn om de benodigde aanpassingen op te vangen. De Gemeente Delft had hier meer verantwoordelijkheid in moeten nemen door strengere eisen te stellen aan de bebouwing. Het is goed om te zien dat een duurzaam food waste initiatief als ICHANGE ruimte krijgt in de Spoorzone, maar als je duurzaamheid echt hoog in het vaandel hebt staan, neem dan als gemeente je verantwoordelijkheid en voorkom dat dit kan gebeuren.

Tot slot, een laatste opmerking: Een duurzaam gebouw is een geliefd gebouw. Ik zie maar weinig gebouwen verrijzen waar ik zelf enthousiast over ben. De eerste toegangspoorten die verrijzen ogen erg goedkoop. Het Student Hotel spant de kroon. Van KCAP zien we in eerste instantie mooie plaatjes van een bakstenen gebouw. Vervolgens krijgen we een betonnen kolos cadeau die net een kopie lijkt van een ziekenhuis uit de jaren 70. Daarnaast valt de slordige detaillering meteen op. Veel gebouwen zitten, grof gezegd, gewoon slecht in elkaar. Ik schrok me rot toen ik bij een woongebouw aan de Nieuwe Gracht het aluminiumfolie van de isolatie door de voegen van de baksteen zag glinsteren. Als architecten zo weinig geven om de schoonheid van een gebouw hoe kan een stad dan ooit van ze houden? “Vieze wonden helen niet”, heb ik altijd geleerd, ik denk dat het nog wel eens heel lang kan gaan duren voordat deze wond mooi geheeld is.