Stylos Column | Valerie Heesakkers

De Universitaire Mentaliteit

Sinds 2019 is het alleen nog maar mogelijk om de mastertrack Architecture in september te beginnen. Eerst een semester stagelopen en dan de master starten is niet meer aan de orde. Studenten worden hiermee beperkt in het kiezen van hun eigen studieplan, en dat terwijl er binnen de master al weinig vrijheid is voor het kiezen van extracurriculaire activiteiten als aanvulling op de studie. Het curriculum wordt zo steeds meer een keurslijf voor de student. Maar waar is de student gebleven die zijn eigen plan nog wil trekken? Welke student studeert nog voor kennis en kunde, en niet voor een carrière waarmee die veel invloed, succes en geld verdient? Wie komt er nog naar de universiteit om academisch opgeleid te worden, en niet omdat die slim genoeg was om het VWO af te ronden?

Na de middeleeuwen ontstonden in Europa universiteiten zoals we die nu kennen. Het waren kennisinstellingen die tijdens de Renaissance de afstand tot godsdienst vergrootten. Het hoofddoel van de universiteit was het verwerven van nieuwe kennis: docenten verspreidden de kennis die er al was, studenten leerden hiervan en droegen bij aan nieuwe kennis door middel van onderzoek en debat; het stellen van vragen zette aan tot het doen van onderzoek. Dit onderzoek was overwegend wetenschappelijk van aard, volgens de experimentele methode. Kort gezegd betekent dit dat het uitvoeren van objectieve experimenten leidt tot nieuwe conclusies en ontdekkingen binnen een bepaald vakgebied. De experimenten moesten objectief zijn zodat ze betrouwbaar waren, maar ook zodat iedereen ze zou kunnen herhalen en in theorie tot dezelfde conclusies kon komen.

Dit betekende dat iedereen bij kon dragen aan onderzoek en kennis, ongeacht titel of opleiding. Maar hoe zit dat tegenwoordig? Stellen studenten nog wel kritische vragen, en voeren ze nog wel hun eigen onderzoek uit? Vaak hangt er binnen een vak de sfeer dat als de student maar een voldoende cijfer haalt, dat die dan weer een stapje dichter bij zijn diploma is. De intrinsieke motivatie van het vergaren en ontdekken van kennis verslapt. De bachelorvakken van onze faculteit worden beschouwd als een vast programma: als je het volgt volgens de planning en je slaagt voor de presentatie of het werkstuk, heb je het vak gehaald en kun je weer door met het volgende. Hoe draagt dit nog bij tot het vergaren van kennis?

Daarnaast onderscheidt universitair onderwijs zich door het initiatief dat de student moet nemen. De universiteit biedt kansen aan de student, die hier zelfstandig gebruik van moet maken. Maar de vraag is of dat nog werkelijk zo is. Binnen een curriculum gebaseerd op het Bindende Studie Advies, tentamens en slechts jaarlijkse instroommomenten blijft er weinig flexibiliteit over waarin de student zijn eigen weg kiest en op zijn eigen manier kan studeren.

De student aan de ene kant zoekt binnen het curriculum niet meer de uitdaging om een kritische vraag te stellen en hier een goed antwoord op te vinden. Het curriculum aan de andere kant biedt studenten nauwelijks meer de kans om zelf op onderzoek uit te gaan, en zo zelfkennis te vergaren. Op deze manier positioneert een student zichzelf niet meer binnen het vakgebied en draagt de universiteit niet meer bij aan de vrijheid die studenten hiervoor nodig hebben. Student en universiteit ondersteunen elkaar niet meer in de kritische, academische methode van het vergaren van kennis.

Afgelopen week hoorde ik dat een student zijn samenvattingen van tentamenstof verkoopt aan anderen; een mooie gedachte, om op zo’n manier kennis te delen. Helaas blijkt hieruit dat anderen niet eens meer hun boek zelf opendoen en zich afvragen ‘waar blijft die samenvatting nou?’. Twee weken geleden sloot de faculteit voor een tv-programma wat kritische vragen zou (moeten) stellen over de klimaatdoelstellingen en het klimaatbeleid van Nederland. Dat masterstudenten de dag erna belangrijke deadlines hadden woog kennelijk niet op tegen de publiciteit die de faculteit hiermee zou vangen. Waar is de universiteit gebleven waarin studenten zelfstandig en kritisch hun eigen kennis vergaren, en waarin de universiteit de studenten hiervoor de vrijheid geeft?